VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'
De voedingslijn, de belasting en hoe belangrijk is de aanpassing
door PAoLH
Enige jaren geleden verscheen in dit afdelingsblad een serie
artikelen over voedingslijnen, aanpassing etcetera. Nu is mij gebleken, dat
verschillende amateurs, die later lid geworden zijn van de VERON, deze artikelen
wel zouden willen lezen. Omdat deze materie erg belangrijk is voor een goede
werking van ons amateurstation, worden deze artikelen nogmaals gepubliceerd. De
tekst is hier en daar enigszins aangepast en nieuwe inzichten zijn er in
verwerkt.
Iedere amateur krijgt vroeg of laat weleens te maken met
antenne aanpassing problemen. Het SWR spook waart bij menig amateur rond de
shack en besmet hem met het SWR syndroom. Nu is deze ziekte heel makkelijk te
bestrijden. De beste medicijnen zijn: een dosis gezond verstand de moeite nemen
om in de literatuur hierover te duiken wat van anderen aan willen nemen.
Bij proefopstellingen achter in de tuin of in een weiland
wordt de pas verkregen antenne gemonteerd. Een toevallig aanwezige bos coax-kabel
wordt snel aan de straler geknoopt en de SWR-meter tussen de TX en de kabel. De
lengte van straler, reflector en/of director wordt bijgetrokken tot de SWR-meter
geen reflectie meer afgeeft (indicatie van 0% reflectie). De nu "afgeregelde
antenne" wordt op het dak of mast gezet. De benodigde lengte dure coax, met
een van 0 Db verlies wordt aan de antenne gemonteerd en hoe groot is dan de
desillusie, als blijkt, dat de SWR op geen stukken na zo goed is, als op de
proefopstelling met die toevallig aanwezige bos coaxkabel.
Wat kan hiervan de oorzaak zijn?
Als je de kabel, die gebruikt was bij de afregeling van de
antenne, had laten zitten, dan was de mogelijkheid groot geweest, dat je jezelf
voor de gek had gehouden. Want wat hebt u afgeregeld? Wel dat was een antenne
met daar aan een bos coaxkabel. Dit geheel vormt voor hoogfrequent een
combinatie van Ohmse, inductieve en capacitieve reactanties, waaruit na
berekening een bepaalde impedantie resulteert. Bij verlenging van de
voedingslijn met een paar meter blijkt de SWR veel slechter te zijn geworden....
ra ra hoe kan dat. Of men had eerst een slechte SWR en bij verlenging van de
kabel is die ineens veel beter of zelfs 1:1 geworden. En de amateur kan nu
rustig gaan slapen met de gedachte: nu is mijn antenne goed, geen verliezen meer
naar de antenne. Wat had hier fout kunnen gaan en wat is er fout gegaan? En hoe
kunnen we dit controleren.
U bent er van uit gegaan, dat de kabel slechts een functie
heeft van energie transport, voedingslijn dus. (Net als het schemerlampsnoer,
met de lamp als belasting). Wat je er aan het begin instopt, komt er aan het
eind weer uit. Dat is in principe juist, aan het begin van de kabel de bron, en
aan het eind de belasting. Deze belasting consumeert net zoveel energie als de
bron levert....als de inwendige weerstand van de belasting gelijk is aan de
inwendige weerstand van de bron. Met andere woorden, als de karakteristieke
impedantie van de belasting gelijk is aan de karakteristieke impedantie van de
voedingskabel. De energie, die uit de kabel komt, wordt voor 100% geconsumeerd
in de belasting. Dit geldt, als de belasting, hoogfrequent gezien, zuiver Ohms
is, dus geen inductieve of capacitieve component heeft. Bij een antenne is dit
slechts voor 1 frequentie, of bij een bepaald aantal veelvouden van die
frequentie, het geval. Dus voor die frequentie is de antenne precies goed.
Zodra de frequentie van de bron (zender) verlaagd wordt, is de
antenne te kort. De belasting (antenne) gedraagt zich dan capacitief. Dit kunnen
we compenseren door er een inductieve reactantie (dus een spoel) bij te
schakelen, waardoor het geheel weer in resonantie komt. Is de antenne te lang
voor de frequentie waarop hij moet werken, dan gedraagt hij zich inductief en
moet er dus capaciteit bij om weer in resonantie te komen. In fig. 1 is een en
ander uitgezet.
Zodra de capacitieve reactantie gelijk is aan de inductieve
reactantie (lees voor reactantie 'weerstand'), dan treedt er resonantie op en
gedraagt de belasting (antenne) zich Ohms. In deze Ohmse belasting stoppen wij
het vermogen dat de zender levert. Die weerstand bestaat uit de antenne en alles
wat er achter hangt (de aether).

Als XL = XC dan treedt er resonantie op
en gedraagt de resonantiekring zich Ohms.
In het volgende deel zal worden ingegaan op de coaxkabel, zijn
eigenschappen, het hoe en waarom.