VERON A63
Friese Wouden
____________





Up
Bijeenkomst
Transmissie
Corrosie
Award

 

VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

Transmissie

Voedingslijnen en aanpassing

door PAoLH

In voorgaande artikelen heb ik het gehad over voedingslijnen en hoe belangrijk of onbelangrijk een optimale aanpassing is van de voedingsleiding aan de antenne. Bij buizen eindtrappen, die meestal met een pi-filter (laagdoorlaat-filter) zijn uitgerust, is met behulp van (rol)spoel en in- en uitgangs condensator wel een optimale afregeling tussen eindbuis en voedingslijn te bewerkstelligen. Het instellen van een pi-filter bij verminderd vermogen resulteert echter in een foutieve afstemming van het pi- filter, omdat bij teruggenomen vermogen de uitgangs impedantie van de eindbuis verandert. Het is daarom raadzaam eindtrappen met buizen snel af te stemmen op het werkvermogen. (Noteer de instelling!!)

Transistor eindtrappen zijn breedbandig ontworpen met pi-filter eindtrap. Vijfpolige laagdoorlaat filters (drie condensatoren en twee spoelen) worden veel toegepast en de harmonischen onderdrukking is ca 60 dB. Bij buizen eindtrappen met een enkelvoudig pi-filter is dat ca 40 dB. Reden waarom men meestal nog een extra laagdoorlaat filter achter de zender plaatst met een afsnijfrequentie van 30 MHz.

De prijs, die men voor een hoge harmonischen onderdrukking moet betalen, is de noodzakelijkheid van een optimale aanpassing, meestal 50 Ohm. Het hangt van de kwaliteit van de eindtransistoren van de zender af, hoe groot de misaanpassing mag zijn en hoe deze misaanpassing tot stand komt. Een SWR van 3 is bij moderne eindtrappen nog wel acceptabel, hoewel er wel extra verliezen in de eindtrap optreden, die 1 tot 2 dB kunnen bedragen. Een goede koeling is dan ook een eerste vereiste. Een SWR van 3 betekent, dat naast allerlei reactieve combinaties, de belastingsweerstand een reele waarde van 150 of 17 Ohm kan hebben. 50/17 = 3 en 150/50 = 3. De transistor eindtrap reageert echter niet op de zelfde manier bij een belasting van 150 of 17 Ohm. De collector stroom, intermodulatie en harmonischen inhoud zijn verschillend. Het voert te ver hier verder op in te gaan. Ik heb getracht duidelijk te maken, dat het belangrijk is, de eindtrap de juiste belasting te laten zien en dat alles wat er achter hangt, dus de voedingsleiding, de antenne en de afstemunit een apart geheel is. Ik vermijd het woord antennetuner. Je stemt de antenne niet af. Je transformeert alleen de impedantie, die op het begin van de voedingslijn optreedt, naar de waarde, die bepaald wordt door de zendereindtrap.

Nu zijn we allen amateurs. Meestal oefenen we een beroep uit, dat niets met de techniek te maken heeft. Om hier dan een moeilijk artikeltje te schrijven, volgepropt met formules, lijkt mij niet zinvol, omdat er slechts een paar mensen mee bereikt wordt. Daarom gaan we nu op de praktische toer.

Het vervolg van dit artikeltje is reeds eerder in CQ Friese Wouden verschenen. We zullen het hebben over een ruismeetbrug. Niet een brug om ruis mee te meten, maar door middel van breedband ruis en een brug van Wheatstone voor HF bepalen, wat de onbekende impedantie is op het aansluitpunt van de brug. In een eerder artikel is al uitvoerig ingegaan hoe zo'n brug werkt. Een stuk voedingskabel van een aantal malen een halve golflengte werkt als impedantie transformator van 1:1. Voor 10, 15 en 20 meter is een lengte kabel van 14,59 meter zo'n impedantie transformator van 1:1. Knopen we nu op het begin de meetbrug en op het eind de belasting (lees: antenne), dan kunnen we gaan meten. Hoe, dat zien we in het volgende nummer.

Wordt vervolgd.