VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'
Voedingslijnen en aanpassing
door PAoLH
In voorgaande artikelen heb ik het gehad over voedingslijnen
en hoe belangrijk of onbelangrijk een optimale aanpassing is van de
voedingsleiding aan de antenne. Bij buizen eindtrappen, die meestal met een
pi-filter (laagdoorlaat-filter) zijn uitgerust, is met behulp van (rol)spoel en
in- en uitgangs condensator wel een optimale afregeling tussen eindbuis en
voedingslijn te bewerkstelligen. Het instellen van een pi-filter bij verminderd
vermogen resulteert echter in een foutieve afstemming van het pi- filter, omdat
bij teruggenomen vermogen de uitgangs impedantie van de eindbuis verandert. Het
is daarom raadzaam eindtrappen met buizen snel af te stemmen op het werkvermogen.
(Noteer de instelling!!)
Transistor eindtrappen zijn breedbandig ontworpen met
pi-filter eindtrap. Vijfpolige laagdoorlaat filters (drie condensatoren en twee
spoelen) worden veel toegepast en de harmonischen onderdrukking is ca 60 dB. Bij
buizen eindtrappen met een enkelvoudig pi-filter is dat ca 40 dB. Reden waarom
men meestal nog een extra laagdoorlaat filter achter de zender plaatst met een
afsnijfrequentie van 30 MHz.
De prijs, die men voor een hoge harmonischen onderdrukking
moet betalen, is de noodzakelijkheid van een optimale aanpassing, meestal 50
Ohm. Het hangt van de kwaliteit van de eindtransistoren van de zender af, hoe
groot de misaanpassing mag zijn en hoe deze misaanpassing tot stand komt. Een
SWR van 3 is bij moderne eindtrappen nog wel acceptabel, hoewel er wel extra
verliezen in de eindtrap optreden, die 1 tot 2 dB kunnen bedragen. Een goede
koeling is dan ook een eerste vereiste. Een SWR van 3 betekent, dat naast
allerlei reactieve combinaties, de belastingsweerstand een reele waarde van 150
of 17 Ohm kan hebben. 50/17 = 3 en 150/50 = 3. De transistor eindtrap reageert
echter niet op de zelfde manier bij een belasting van 150 of 17 Ohm. De
collector stroom, intermodulatie en harmonischen inhoud zijn verschillend. Het
voert te ver hier verder op in te gaan. Ik heb getracht duidelijk te maken, dat
het belangrijk is, de eindtrap de juiste belasting te laten zien en dat alles
wat er achter hangt, dus de voedingsleiding, de antenne en de afstemunit een
apart geheel is. Ik vermijd het woord antennetuner. Je stemt de antenne niet af.
Je transformeert alleen de impedantie, die op het begin van de voedingslijn
optreedt, naar de waarde, die bepaald wordt door de zendereindtrap.
Nu zijn we allen amateurs. Meestal oefenen we een beroep uit,
dat niets met de techniek te maken heeft. Om hier dan een moeilijk artikeltje te
schrijven, volgepropt met formules, lijkt mij niet zinvol, omdat er slechts een
paar mensen mee bereikt wordt. Daarom gaan we nu op de praktische toer.
Het vervolg van dit artikeltje is reeds eerder in CQ Friese
Wouden verschenen. We zullen het hebben over een ruismeetbrug. Niet een brug om
ruis mee te meten, maar door middel van breedband ruis en een brug van
Wheatstone voor HF bepalen, wat de onbekende impedantie is op het aansluitpunt
van de brug. In een eerder artikel is al uitvoerig ingegaan hoe zo'n brug werkt.
Een stuk voedingskabel van een aantal malen een halve golflengte werkt als
impedantie transformator van 1:1. Voor 10, 15 en 20 meter is een lengte kabel
van 14,59 meter zo'n impedantie transformator van 1:1. Knopen we nu op het begin
de meetbrug en op het eind de belasting (lees: antenne), dan kunnen we gaan
meten. Hoe, dat zien we in het volgende nummer.
Wordt vervolgd.