VERON A63
Friese Wouden
____________





Up
Bijeenkomst
VR
Antennes
Voor U gelezen
Awards

 

VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

Antennes

voor de lage banden

door PAoZH

De volgende te behandelen antenne is de z.g. sloping dipole. Ook weer erg simpel te maken. Vanuit de top van de mast span je 2 X 40 draad schuin naar beneden met in de midden de coax kabel. De mantel wordt aangesloten op het stuk draad wat naar de aarde loopt en de binnenader aan het stuk draad wat naar de top van de mast loopt. E.e.a. is weergegeven in fig 3.


Fig. 3

L1 en L2 zin uiteraard wel met een isolator aan mast en afspandraad bevestigd. Deze antenne behoeft geen afregeling, het is toch niet mogelijk, om met behulp van lengte variaties een aanpassingspunt van 50 ohm te vinden. Voor L1 en L2 neem je maar 2 stukken draad van elk 39 meter lang. De aanpassing geschied vanuit de shack d.m.v. de transmissie lijn aanpassingsunit zoals beschreven in het eerste artikel. Deze antenne heeft wel een voorkeursrichting en wel in de richting waarin de coax kabel wijst.

Slooper

De hier getekende antenne wijkt niet veel af van de vorige, het voordeel van een sloper t.o.v. een sloping dipole is dat hij de helft minder ruimte inneemt. De sloper is weergegeven in fig 4.


Fig.4

De coax kabel wordt met de mantel zo hoog mogelijk verbonden met de mast en aan de binnenader wordt de antennedraad bevestigd, die weer zo'n 39 meter lang is en schuin naar aarde wordt afgespannen en via een isolator aan de afspandraad wordt bevestigd. Als aanpassingsunit weer de bekende schakeling uit het eerste artikel. Ook deze antenne heeft een kleine richtingsgevoeligheid, gelijk aan die van de sloping dipole. Verder valt er weinig te vertellen over deze wel zeer simpele 160 meter antenne.

Dipool

De hier getekende antenne is wel de bekendste van allemaal, de gewone dipool. In fig 5 is deze antenne weergegeven, met nog maar eens getekend de bijbehorende afstemunit van het eerste artikel. Vanuit het hoogst mogelijke punt in je mast span je 2 draden van elk 39 meter horizontaal weg.


Fig.5

Omdat in deze configuratie het niet mogelijk is om met lengte variaties een aanpassingspunt van 50 ohm te vinden ook hier een aanpassingsunit in de shack, bestaande uit 2 afstemc's van elk 1500 pf en een rolspoel van minimaal 20 windingen. Het verhaal wordt wat eentonig maar voor alle duidelijkheid, de waarden voor C en L kun je vervangen voor vaste waarden, maar je kunt de unit ook laten bestaan en tevens gebruiken voor het afstemmen op de 80 en 40 meter band.

Het blijft natuurlijk een onelegante oplossing, al die antenne typen, die met coax gevoed worden en in de shack worden afgestemd. Beter is om deze antenne (s) te voeden met een kippeladder en deze af te stemmen, je heb dan een symmetrische voedingslijn die niet straalt en dientengevolge geen QRM veroorzaakt in je naaste omgeving. Als aanpassingsunit voor een kippeladder verwijs ik je naar blz 363 van het juli 1993 nummer of blz 452 van het augustus nummer 1992. Wat deze laatste tuner betreft nog een praktische opmerking, de aldaar gebruikte paarse ringkern werkt niet op 160 meter, beter, zowieso, is een amidon T225/2 ringkern. Het niet kunnen maken van een kippeladder hoeft heden ten dage geen excuus meer te zijn, je kunt kippeladders per strekkende meter kopen.

Gezien de geringe hoogte die de meeste amateurs beschikbaar hebben (15 a 20 M ) moet je ook van deze opstelling geen voorkeurs richtingen verwachten, m.a.w. een rondstraler voor 160 meter, een ei-vormig diagram voor 80 en 2 hartjes voor 40 meter.

Open V-Antenne

Als laatste antenne wil ik de praktische beschrijving geven van een open V antenne. Dit type antenne kan zowel als horizontale en ook als sloper afgespannen worden.

Voor beide situatie geldt, dat, mits de hoek tussen de stralers ligt tussen de 120 en 75 graden, deze antenne zich rechtstreeks op coaxiale kabel laat aanpassen. De antenne is weergegeven in fig 6.


Fig.6

De ene straler bevindt zich aan de binnenader van de coax en de andere aan de mantel.

Deze laatste mag dus geen kontakt maken met de mast. De afregelprocedure is gelijk aan die van de inverted V uit fig 2, dus begin weer met draadlengtes van zo'n 41 m. Het verhaal wordt weer hetzelfde, wil je deze antenne ook gebruiken voor 40 en 80 meter, dan moet je gebruik maken van een transmissie lijn aanpassing en, zoals beschreven bij fig 5, het beste is te voeden met een kippeladder.

De richtings gevoeligheid ligt in de richting van de resultante van de 2 stralers. Dat was het, veel succes op 160 m de komende jaren.

73, Bouke - PAoZH