VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

door PAoLH
Luisterend op 80 of 2 meter kom ik de laatste maanden diver- se QSO's tegen
waarbij de discussie gaat over de voor- en nadelen van een antenne zus en zo en wat deze
allemaal kan en niet kan. Ik kwam langszij bij Nico, PAoUNT (om maar in zijn jargon te
blijven) en zo ontstond een praatje over de collineaire antenne. Lammert, PAoLMB, is ook
weg van de collineaire antenne en werkt hier tot volle tevredenheid mee. Een collineaire
antenne bestaat uit stukken draad van een halve golflengte die gelijktijdig gevoed worden
zodat de elektromagnetische velden elkaar in de ene richting versterken en elkaar in de
andere richting verzwakken. Als voorbeeld de HB9CV antenne. Maar nu de collineaire
draadantenne. Er zijn verschillende methoden om de draden te voeden. Als de draden in een
rechte lijn liggen zegt men dat de elementen collineair zijn. De simpelste collineaire
antenne is de bekende vorm van de twee halve golven in fase of een dubbele zepp. Dus een
hele golf dipool.
Uiteraard heeft deze dipool een hoogohmig voedingspunt en moet dus met een
"open" voedingslijn gevoed worden. Deze 2x halve golf antenne (hele golf dipool)
heeft een gain van 1,8 dB t.o.v. een 2 x kwart golf dipool. Dat geeft dus hetzelfde
resultaat als je het vermogen met 20% vermeerdert. Als men de lengte van de twee draden
van een halve golflengte verlengt met 30%, dan kan de gain tot 3 dB t.o.v. de halve golf
dipool bedragen. En dit staat gelijk met het verdubbelen van je zendvermogen. Deze laatste
vorm van collineair noemt men de Extended Zepp. Door het combineren van meerdere
collineaire antennes boven elkaar, dus meerdere "in line" elementen, krijgt men
een z.g. "broadside array". De straling vind hoofdzakelijk plaats loodrecht op
het vlak van de antenne mits de voeding in fase plaats vindt. Een dergelijke antenne is de
"Lazy H" (luie H) antenne, een op zijn kant liggende H. De versterking van zo'n
antenne bedraagt ca. 5 dB. Een vermogenswinst van 3,16 x !
In zonnevlekkencyclus 20, rond 1960, gebruikte ik een dergelijke antenne die ik
had gespannen tussen schoorsteen en houten antennemast. De resultaten waren enorm. Op 28
MHz. maakt het vaak niet uit waar een beam naartoe staat. Signalen uit het noordoosten
komen soms met de beam naar het zuidoosten het beste door. Bijgevoegde tekeningen geven
een idee van de stroomverdeling bij de verschillende voedingsvoorbeelden. Als men een Lazy
H voor 10 meter ophangt is deze ook heel goed op 14 MHz. aan te sturen maar ook op de 18,
21 en 24 MHz. banden is e.e.a. wel aan te passen. Het stralingspatroon en de groot- te van
de gain zijn niet te voorspellen omdat de lengte voor de tussenliggende banden niet
"harmonisch" (ik kon zo gauw geen ander woord vinden) is waardoor de aansturing
van de elementen niet in fase gebeurd en de afstraling geheel scheef kan plaats vinden.
Door het werken met zo'n antenne krijgt men een idee van de mogelijkheden. Als antenne
draad gebruik ik 1,4 mm installatiedraad. 100 meter voor 20 gulden (Gamma). De isolatie
heb ik eraf gehaald door deze op regelmatige afstanden los te smeltem met een soldeerbout
zodat stukken van 30 cm er gemakkelijk afschuiven. De koperdraad is betrekkelijk zacht.
Maar door deze uit te rekken wordt ze harder. Meet maar 20 meter draad uit en bevestig een
eind aan een vast punt. Bijv.een deurscharnier. Pak het andere uiteinde in de
combinatietang en rek deze 20 meter lange draad uit tot dit niet meer wil. Je hebt dan de
zekerheid dat de draad als antenne niet meer merkbaar rekt. Eerst uitrekken en dan de
isolatie eraf gaat nog beter!
En zo zijn we dan aangeland bij de antenne van PAoUNT. Nico stuurde mij een
beschrijving van zijn antenne voor 20 meter die hij speciaal heeft opgehangen om zijn
bekenden in West Canada te bereiken. Dit was ook de aanleiding om bovenstaande op papier
te zetten. Hij schrijft: "Deze antenne is een mono antenne en dus ook te berekenen
voor andere frequenties". Zoals de tekening laat zien is het geheel als inverted-V
opgehangen. Nog beter is om de antenne gestrekt op te hangen maar dan heb je 3 masten
nodig en meer ruimte. Een theoretische gain van 4,3 dB is een waarde die wel aardig in de
buurt van de werkelijkheid ligt. De antenne bestaat uit 4 stukken draad van een halve
golflengte voor 14 MHz. Dus 4 stukken van 10.60 meter. Aan weerszijden van het ophangpunt
2 x 10.60 meter. Halverwege de afhangende stukken een stub met een lengte van een kwart
golflengte. Deze moeten gedipt worden. We hebben twee stubs nodig. Je kunt beide stubs in
n keer dippen door een parallel feeder (kippeladder) van een halve golf te
maken, door beide kanten kort te sluiten en bij een kortgesloten deel de dipper te houden.
Is de frequentie te laag dan de lijn iets inkorten tot de halve golf op de juiste
frequentie dipt. En nu de lijn in twee delen knippen. Houdt rekening met de lengte die
nodig is om de isolator te monteren.

Een nadeel is dat de Voor/achter verhouding 0dB is. Draaien is ook moeilijk(HI).
De westkust van USA en Canada geeft rapporten van 5/6 tot 5/9. De feeder is een open lijn
constructie met een lengte van 12,80 meter en heeft op het voedinspunt een impedantie van
300 ohm en wordt aan de TX aangepast met een tuner. De uiteinden zijn hoogohmig
en geven bij nadering een verstemming. Probeer deze zo ver mogelijk boven de grond vast te
maken om de verliezen te beperken.

Nico heeft de antenne + stubs uit een stuk gemaakt. Dit is afregeltechnisch wat
lastiger maar een goed amateur vindt hier ook wel een oplossing voor. Nico werkt met deze
antenne ook op 80 meter. Natuurlijk moet je op deze band wat rendement inleveren. PAoUNT
is regelmatig te horen op 3777.77 en op 14.125 Khz. Hij is ook te bereiken op 145.500 voor
nadere uitleg. Figuur 4 geeft de antenne zoals bij Nico in gebruik. De lengte A-A =9,8
meter. De lengte A-B =4,9 meter. Hoogte mast minimum 10 meter. De hoogte van de
kortsluiting op de stub = 3 meter. Lengte kippeladder is 12,6 meter.
Tot zover de antenne van PAoUNT. Nico bedankt voor je bijdrage!
73, Lieuwe - PAoLH