VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'
door PAoZH
De voeding
De benodigde hoogspanning kan door één of meer trafo's en/of
wikkellingen tot stand worden gebracht. AIs men verschillende wikkellingen van 1
trafo in serie schakelt denk dan aan de juiste fase. Doe je dit fout dan zal de
trafo luid brommend protesteren! Deze wisselspanning gaan we vervolgens
gelijkrichten met een aantal in serie geschakelde dioden, opgebouwd volgens de
bekende brugschakeling. Het aantal dioden wat je in serie schakelt hangt af van
je gekozen hoogspanning en de specificatie van de dioden. Als de spanning b.v.
3000 V 50 Hz is en de werkspanning van de diode is 600 V dan zijn 3000/600 = 5
dioden voldoende.
Omdat dit altijd een even getal moet zijn kies je dus 6/2 = 3
dioden per tak, zoals ook in het schena is aangegeven. Vanwege een goede
spanningsverdeling over de dioden wordt elke diode overbrugd met een weerstand
R3 van 1M. Wil je het heel mooi doen dan kun je over elke diode ook nog een
keramisch C'tje solderen van b.v. 500 pf, let op de werkspanning! In het schema
is R3 over een tak getekend, het geldt uiteraard voor alle 4 takken.
De aldus verkregen gelijkspanning gaan we toevoeren aan een
aantal in serie geschakelde condensatoren. Ook hier geldt weer dat het aantal
condensatoren afhangt van het spanningsnivo en de werkspanning van de elco's.
Denk om een geïsoleerde opstelllng van deze C's. Elke condensator wordt weer
overbrugd door een weerstand van ongeveer 47k, 10 Watt (keramisch type). Deze
ueerstanden zorgen uoor een goede spanningsverdeling over de C's en dienen
tevens als bleeders. Ze worden warm, denk dus aan de montageplaats. De waarde
van de totale in serie geschakelde capaciteit dient minimaal 47 uF te zijn,
liever groter!

De waarde van C2 wordt dan 47 x N waarbij N het aantal in
serie geschakelde condensatoren is.
Vervolgens gaan we de HS via een weerstand R5 van 1M en een
instelpotmeter R6 van 10 of 100k aan een voltmeter toevoeren. R6 hangt af van de
toegepaste voltneter b.v 50 of 500V schaaluitslag.
De amperemeter wordt vanaf de min van de laatste elco naar
massa geschakeld. Let erop dat ook de min van de gelijkrichter op dit punt aan
de elco komt en niet aan massa. Hiermee bereik je dat de amperemeter niet de
oplaadstroom van de elco's hoeft te verwerken en ook dat hij niet de bleeder
stroom aangeeft. Een fuse in dit circuit kan ook nooit kwaad; doch rechtstreeks
met een fusehouder in de schakeling opnemen en niet uitvoeren naar het front
vanwege de hoge spanning. Als er iets mis gaat moet de kast toch open.
Een lastig punt is de plug vanaf de voedinq naar de versterker
als je tenminste uitgaat van een aparte kast voor voeding en versterker. Je kunt
dit doen met een coaxkabel met coax pluggen (PL of N). Het nadeel hiervan is dat
zo'n plug onbeschermd spanningsvoerend kan worden als je tijdens de experimenten
vergeet de plug vast te maken. Een mogelijkheid is nog om de coax vast aan de
versterker te maken en net chasisdeel (vrouwtje) verzonken in de voedingskast te
bouwen, zodat je niet met de vingers bij de middenpen kunt komen, doch wel de
plug kunt opschroeven.
In het volgende deel gaan we de primaire aansluiting van de
voedingstrafo behandelen.
Succes, Bouke - PAoZH