 | de buis met zijn buisvoet. |
 | T1 de gloeistroomtrafo. |
 | C16 van minimaal 1000pF, plaatafstand kan minimaal zijn,
b.v. condensator uit omroepdoos. |
 | Z1 zenerdioden met hun koelblokken. |
 | relais 2 voor in- en uitkoppeling van het signaal. |
 | L2 HF choke +- 120mm lang, 25mm rond. |
 | L1 ferrietstaaf van +- 150mm lengte. |
 | C11 tuning condensator van 250pF met een minimale
plaatafstand van lmm per 1000V. |
 | L3 t.e.m. L7 Pi-filter van rond 50mm, 150mm lang. |
 | C12 loading condensator van minimaal 1500pF, plaatafatand
minimaal 0,5mm. |
 | S2 Pi-filter band schakelaar. |
Opstelling
Als je deze onderdelen geamaakt, gekocht of verzameld hebt,
begin je met een opstelling te maken in de kast. Hoewel genoemde buizen zonder
geforceerde koeling kunnen werken is het toch verstandig om een klein
conputerblowertje mee te nemen op de achterkant van de kast, tegenover de buis.
Het beste is om een kast te nemen of te maken met een horizontaal middenschot
van alumunium (radio chasis principe).
Relais 1, de zenerdioden, trafo T1, spoel L1, spoel L9 t.e.m
L13 en C16 monteer je aan de onderkant van deze plaat, het Pi-filter met
schakelaar S2, de HF choke L2 en de afstemcondensatoren C11 en C12 aan de
bovenkant. Neem voor deze opstelling rustig de tijd, zorg voor een zo logisch
mogelijke opstelling voor wat betreft de afstanden tussen de componenten en de
bedieningsorganen op het front. HF choke, L2, bij voorkeur verticaal opstellen.
De pluqgen vopr HS, in- en uitgang en besturing kun je zowel op het front alswel
op de achterkant monteren, al naar gelang je persoonlijke voorkeur. Als je
bepaald hebt dat alles er wel in zal passen, kun je beginnen met het maken van
de diverse onderdelen.

We beginncn links op het schema met relais 2. Dit behoeft geen
coax-relais te zijn, het belangrijkste is dat de contacten van voldoende fornaat
zijn om het geproduceerde vermogen over te brengen, b.v. 5A bij 1000W HF. Je
kunt dit relais ook opsplitsen in 2 verschillende relais, een voor het
uitgangssignaal en een voor het ingangssignaal, waarbij dit laatste veel
kleinere afmetingen kan hebben. Relaisspoel 2 wordt overbrugd met een Si- diode
D1 om de inductiespanningen weg te werken. Schakelaar S1 is bedoeld om de
versterker zowel met de hand alswel automatisch vanuit je transceiver te
besturen. De benodigde 12V (of 24V) kun je uit de transceiver betrekken of met
een apart ingebouwd voedinkje. Voor S1 neem je een 3-standen wipschakelaar,
waarbij de middelste stand de neutrale stand is. D2 is voor hetzelfde doel als
D1. Relais 1 is het relais waarmee de voorspanning voor het 'Open en dicht'
zetten van de buis wordt geschakeld. We komen hierop bij de werking van het
geheel nog op terug. De contacten van dit relais moeten 0,8A bij max 250V kunnen
schakelen. R1 is een draadgewonden weerstand van 33k 10W. C1 heeft een waarde
van 10nF, 400V.
Tot 'ziens' in de volgende aflevering.
Succes, Bouke - PAoZH